Componisten en stukken


Mussorgsky
Modest Moessorgski (1839-1881) was de zoon van een verarmd grootgrondbezitter. Hij werd opgeleid als officier, maar was meer geboeid door muziek. Hij componeerde voor piano, waarna zijn werken (postuum) door anderen, onder wie Ravel en Rimski-Korsakov, werden georkestreerd. Als lid van Het Machtige Hoopje van vijf nationalistische componisten zette hij zich in voor een nationale Russische muziek. Na enkele voorspoedige jaren, met als hoogtepunt zijn opera Boris Godoenov, raakte zijn leven in verval. Moessorgski leefde eenzaam en gaf zich over aan alcohol, de oorzaak van zijn vroegtijdige dood in een ziekenhuis in Sint-Petersburg. Hij werd begraven op de Tichvin-begraafplaats bij het Alexander Nevski-klooster.

Moessorgski werkte aan de opera Khovantshina van 1872 tot zijn dood in 1881. Het verhaal behandelt de rebellie in 1682 van prins Iwan Kovanski en medestanders tegen het verwestersen van Rusland door tsaar Peter de Grote. De rebellie mislukte en aan het eind van de opera plegen de rebellen massaal zelfmoord. Rimsky-Korsakov voltooide en bewerkte Khovantshina. De ‘Dans van de Persische Slavinnen’ vindt plaats in de vierde (van in totaal vijf) acte. Terwijl prins Kovanski geniet van deze uitdagende en opzwepende dans wordt hij door een handlanger van tsaar Peter doodgestoken.

 

pastedGraphic_1.pdf
Camille Saint-Saëns (1835-1921) werd als enig kind geboren te Parijs. Zijn vader stierf vlak na de geboorte van Camille. Saint-Saëns groeide echter op in een stimulerende sfeer. Vooral zijn oudtante had een grote invloed op hem en gaf hem zijn eerste pianolessen. Het eerste grote optreden van Saint-Saëns vond plaats in de Salle Pleyel in 1846. Bij zijn debuut in de deed de elfjarige het publiek verstommen door hen naar keuze een van de 32 pianosonates vanBeethoven uit het hoofd voor te spelen. Op zijn dertiende werd hij al toegelaten tot het Parijse conservatorium. Saint-Saëns steunde aanvankelijk jonge componisten als WagnerLiszt en Schumann en organiseerde hij concerten waar beginnende componisten hun werken konden uitvoeren. Hij componeerde 12 uur per dag en wijdde zich aan het promoten van Franse muziek. In 1861 werd hij aangesteld als leraar in de Franse kerkmuziek. In die tijd raakte hij bevriend met zijn leerling Gabriel Fauré. Saint-Saëns richtte de Société Nationale de Musique op als antwoord op de grote opmars ook in Frankrijk van de Duitse Romantiek. Het ‘Carnaval der dieren werd waarschijnlijk zijn bekendste werk, maar hij vond het zelf een niemendalletje. Wat Saint-Saëns vooral kon plezieren waren zijn verre reizen. Uiteindelijk had hij alle Europese landen, Rusland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika bezocht. In Uruguay componeerde hij het volkslied. Ook in Engeland was hij zeer geliefd. Hoewel hij in zijn laatste levensjaren mateloos populair buiten Frankrijk was, werd hij in zijn eigen land verguisd. Met name Debussy bekritiseerde hem fel omdat die zijn componeerstijl passé vond. Saint-Saëns stierf op hoge leeftijd in Algiers.

Camille Saint-Saëns schreef zijn Vijfde (en laatste) Pianoconcert in F groot in de Egyptische tempelstad Luxor in1896 en voerde het zelf uit ter gelegenheid van zijn 50-jarig artiesten jubileum. Hij verwerkte indrukken (niet alleen Egyptisch, maar ook Spaans en zelfs Javaans) gemaakt tijdens een recent gemaakte zeereis.

Het eerste deel bestaat uit twee contrasterende thema’s: het begint met een eenvoudig thema in de piano dat met steeds meer energie en brillance wordt uitgewerkt. Het wordt gevolgd door een melancholiek, veel langzamer thema.

Het tweede deel, doorgaans langzaam en expressief, begint letterlijk met een knallend accoord, gevolgd door een gecompliceerd ritme in de strijkers en stijgende en dalende arpeggio’s in de piano. Het belangrijkste thema is ontleend aan een Nubisch liefdesliedje dat Saint Saëns hoorde zingen tijdens een zeiltocht op de Nijl.

De solist begint het energieke derde deel met bonkende geluiden die de stampende machine van een zeeschip imiteren voordat een wervelend thema wordt geïntroduceerd. Twee thema’s tegelijkertijd in strijkers en blazers worden virtuoos door de solist omspeeld voordat het concert triomfantelijk en met veel effect wordt besloten.

 

pastedGraphic_2.pdf

Rimsky-Korsakov (1844-1908) werd geboren in een adellijke familie en kreeg al jong muziekonderricht maar vanaf 1862 ging hij als marineofficier drie jaar op wereldreis. Hierna werd hij benoemd tot inspecteur van de Russische marinierskapel en in 1871 volgde een aanstelling compositie en instrumentatie aan het conservatorium te Sint-Petersburg. Veel belangrijke componisten kregen bij hem les, waaronder GlazoenovRespighiStravinskyen Prokofjev. Hij was lid van het Machtige Hoopje en voltooide, bewerkte en instrumenteerde hij werken van onder meer Borodin en Moessorgski. Zijn werk aan het conservatorium moest hij in 1905 onderbreken vanwege zijn revolutionaire sympathieën , maar in 1907 mocht hij weer verder werken.

Hoewel Rimsky-Korsakov vijftien opera‘s schreef, is zijn naam lange tijd bijna alleen door zijn orkestwerken bekend geweest, met name door de suiteShéhérazade en het Capriccio EspagnolDe Vlucht van de hommel is bij veel mensen welbekend, maar zij weten niet dat deze van Rimsky-Korsakov is. Zijn oeuvre werd sterk beïnvloed door geschiedenis, sprookjes en volksmuziek. Hij werd begraven op de Tichvin-begraafplaats, in de nabijheid van Moessorgski.

De Tweede symfonie, Antar, is eigenlijk een symfonisch gedicht naar een Arabisch sprookje. Antar, ‘vijand van de mensheid’, leeft als kluizenaar in de woestijn waar hij op een dag een gazelle uit de klauwen van een roofvogel redt. Uitgeput door het gevecht valt hij in slaap en betreedt in zijn droom het paleis van de fee en koningin Gul-Nazar, èn tevens de gazelle. Als beloning mag Antar de drie grootste genoegens ervaren: wraak, macht en liefde. Hij aanvaardt het geschenk, maar mocht de liefde overgaan, dan zal de koningin zijn leven nemen. Zoals zo vaak verflauwt uiteindelijk toch zijn passie. Zij neemt hem dan in haar armen en kust hem zo innig dat hij sterft.

Het verhaal wordt uitgebeeld in het eerste deel terwijl in de drie volgende delen de wraak, macht en liefde worden uitgebeeld, waarbij de motto’s, thema’s uit het openingsdeel terugkomen. Het motto van Antar wordt in het begin door de altviolen gespeeld, terwijl dat van de koningin in handen van de fluit wordt gelegd.

 

Comments are closed.